Loading...

Van ATEX zone 2 naar niet gezoneerd gebied door gerichte dampafzuiging.

Door gericht bij de bron explosiegevaarlijke dampen af te zuigen kan je bereiken dat je van een gaszone naar een niet gezoneerd gebied over kan gaan. Dit biedt grote voordelen. Je verhoogt de veiligheid en verbetert de werkomstandigheden van het personeel en je hoeft geen dure explosieveilige apparatuur aan te schaffen. In dit artikel leggen we uit aan welke voorwaarden zo’n dampafzuiging moet voldoen en hoe zo’n systeem er in de praktijk uitziet.

Chromaflo Technologies Europe B.V. in Sittard heeft deze stap gemaakt in de fabriek waar kleurenmengsystemen op oplosmiddelbasis voor verf worden gemaakt. In deze fabriek werden tot voor kort de dampen van oplosmiddelen die rondom tanks voorkomen, alleen door een achttal luchtbehandelingskasten afgezogen. Deze LBK’s zorgden enerzijds voor ruimteafzuiging, maar werden ook gebruikt om plaatselijk af te zuigen. Een gecombineerd systeem dus. Om nu een zonevrije werkruimte  te verkrijgen zijn deze 8 kasten echter te beperkt. Daarvoor moet er veel meer en nog gerichter bij de bronnen afgezogen worden.

“We wilden echt een stap maken”, zegt Tamara Curfs, QESH Manager bij Chromaflo. We zijn het aan onze medewerkers verplicht om voor een veilige werkomgeving  te zorgen. En als we het doen, dan alleen maar goed, anders niet.

We zijn begonnen om de luchtbehandelingskasten alleen voor de ruimteafzuiging te gebruiken. Dus niet meer ook nog voor de lokale afzuiging. Toch hebben we veel meer plaatselijke afzuiging nodig. We wilden immers de omgeving rondom de tanks terug kunnen brengen tot niet gezoneerd gebied.

De Nederlandse Praktijkrichtlijnen 7910 stelt dat op plaatsen waar explosiegevaarlijke dampen ontstaan gerichte afzuiging het explosiegevaar en de afmeting van het gezoneerd gebied kan terugdringen. De technische uitvoering van de afzuiging en de mate van betrouwbaarheid bepalen hoe sterk het aanvankelijke explosiegevaar gereduceerd wordt. 

Om te voldoen aan de richtlijn moet het debiet van de lokale afzuiging groot genoeg zijn om de concentratie van de afgezogen damp onder de 10% van de LEL te houden. De LEL staat voor Lower Explosive Limit. Dus de laagste dampconcentratie waarbij nog een explosie kan ontstaan. Door de concentratie daar ook nog 90%  onder te houden, blijf je ruim onder de grenswaarde. In de praktijk moet je dus niet alleen de dampen bij de bron afzuigen, maar moet je ze ook sterk verdunnen.

Chromaflo heeft gekozen voor ventilatie met ‘goede beschikbaarheid’. Uiteraard conform de NPR 7910 richtlijn. Hierdoor wordt het gezoneerde gebied in de hal gereduceerd tot in de tank. Buiten de tank ontstaat ‘niet-gevaarlijk gebied’. Om goede beschikbaarheid van de dampafzuiging te garanderen, is de plaatsing van een enkele ventilator niet voldoende. Er moet er altijd één extra klaar staan die direct in bedrijf komt als de eerste uitvalt. Volgens de richtlijnen moet die tweede ventilator automatisch inschakelen. Dus zonder ingrijpen van de mens. Bij uitval van een ventilator geeft de installatie tevens een alarm, zodat de defecte ventilator direct hersteld kan worden. Een zogenaamd redundant systeem.

Een redundant dampafzuigsysteem bestaat uit 2 parallel geschakelde ventilatoren. Beide met een separate voeding en besturing. Controle van de luchtstroom geschiedt door een flowsensor in de centrale luchtleiding. Bij het bereiken van een minimale luchtstroom wordt dit door de sensor gesignaleerd. Automatisch gaat de in bedrijf zijnde ventilator uit en de reserve aan. De dampafzuiging blijft daardoor gewaarborgd. Mocht het in het uitzonderlijke geval echter zo zijn dat de tweede ventilator niets of te weinig levert, dan hebben we echt te maken met een noodsituatie. Alle niet ATEX beveiligde machines vallen dan uit.

Resumerend; om naar niet gezoneerd gebied te komen moet in ieder geval worden voldaan aan:

  • Afzuigvolume per afzuigpunt moet dusdanig hoog zijn dat de dampconcentratie < 10% LEL is.
  • Afzuiging moet redundant uitgevoerd zijn.
  • De luchtstroom moet altijd boven een vooraf bepaalde ondergrens zijn. Controle hiervan doe je via een flowsensor.

Als je twee ventilatoren parallel naast elkaar plaatst is er altijd gevaar van “luchtkortsluiting”. Dat wil zeggen dat een deel van de aangezogen lucht via de reserveventilator naar binnen lekt. Om dit nu te voorkomen moet je voor iedere ventilator altijd een registerklep plaatsen. Is de ventilator uit, dan is de klep ook gesloten.

Bij Chromaflo zijn er in totaal 35 afzuigpunten. Variërend van disolvers en mengmolens tot inpakmachines. Bij ieder punt hebben we exact het benodigde luchtdebiet en de constructie van de afzuigkap bepaald. Al deze punten zijn via een leidingsysteem verbonden met een hoofdleiding die uiteindelijk bij de ventilator uitkomt.

Beide ventilatoren zijn hier buiten opgesteld (zie foto). Om geluidsoverlast te voorkomen zijn ze in een geluidsisolerende kast geplaatst. Ook is de uitblaasleiding geïsoleerd door een persdemper.

In de praktijk is ook gebleken dat de afzuiging zo krachtig is, dat doeken en papier die te dicht bij de afzuigkappen komen, meegezogen worden. Om nu de ventilator te beschermen hebben we een rooster in de hoofdleiding geplaatst. Dit rooster voorkomt dat grote delen de ventilator in onbalans kunnen brengen en dat papier en doeksnippers de buurt vervuilen. Het rooster is te bereiken via een inspectieluik. Reinigen van het rooster kan uiteraard alleen buiten de productietijden om.

Een gevaar van redundant opgestelde ventilatoren is dat er één altijd in bedrijf is en de andere bijna nooit. Staat een ventilator te lang stil, dan is de kans groot dat hij het niet meer doet als je hem nodig hebt. Bij Chromaflo hebben we dit opgelost door iedere zondag op maandagnacht, stipt om 12 uur de ventilatoren automatisch om te schakelen.